logo wonen
Het Stappenplan Het Pve Het Voorbeeld Het Advies De Regelgeving De Rest
logo

WVG-Commentaar.

Cliënten en verstrekkers kunnen bij complexe woningaanpassingen tot zeer tegengestelde standpunten komen. Partijen proberen deze zo nodig juridisch te onderbouwen. Niet altijd schept de regelgeving daartoe voldoende duidelijkheid. Dat de belangen van beide kanten verschillen, moge duidelijk zijn. Zo verlangt een cliënt zo optimaal mogelijke voorzieningen, waar een verstrekker vooral ook het kostenaspect meeweegt. Datzelfde blijkt uit de jurisprudentie, zoals gepubliceerd in het "WVG-Journaal" (VNG) en de "Nieuwsbrief Jurisprudentie WVG" (Schulinck). Op deze plek gaat Ir Grootveld in op bijzondere zaken.

Maatschappelijke onrust?

8-2-2005

Het is alweer enige tijd onrustig in voorzieningenland. De WMO, Wet Maatschappelijke Ondersteuning, komt eraan.
De bedoeling van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning is "dat mensen zo veel mogelijk voor zichzelf en elkaar zorgen. Op dit moment kijken mensen soms iets te snel naar de overheid. Als het iemand niet lukt om zelf ondersteuning te regelen, kan men bij de gemeente terecht." Aldus de omschrijving van mevrouw Ross over haar geesteskind.
De gemeente, die we al zo'n tien jaar kennen als uitvoerder van de WVG, krijgt de regierol binnen de nieuwe wet. Zij blijft oa. verantwoordelijk voor het verstrekken van individuele voorzieningen aan mensen met een handicap. De verstrekkingen die nu al in de WVG voorkomen worden daartoe uitgebreid met taken, die nu nog onder de AWBZ vallen. Zoals thuiszorg en (misschien?) een PGB. De gemeente staat dichter bij de burger dan de landelijke overheid en kan dus meer maatwerk bieden. Zo luidt de redenering.
Mevrouw Ross heeft het beste met de gehandicapte burger voor. "Niet leunen maar steunen" is haar devies. Zelf je eigen zorg organiseren en meer verantwoordelijkheid nemen. Zo iets kweekt mondige en zelfstandige burgers. Dat de wet tevens een halt zou moeten toeroepen aan de almaar uitdijende kosten van de AWBZ, wordt alleen door boze tongen beweerd.

Alweer zo'n tien jaar geleden werd de huidige WVG ingevoerd. De gemeenten zouden nog betere, want gedecentraliseerde, kwaliteit gaan bieden dan onder het regiem van de GMD gebruikelijk was. Door efficiëncyverbetering zou het zelfs mogelijk zijn de werkingssfeer van de wet te verruimen. De groep van 65 plussers, tot dan toe een beetje tussen wal en schip vallend, kon op die manier binnen het verstrekkingenbeleid van de WVG worden gebracht. Zonder extra budgetaanspraken.
We kennen allemaal de gevolgen. Met name voor de mensen, die het sterkst van dure voorzieningen afhankelijk zijn. Veel gemeenten gingen na enige tijd een soberder verstrekkingen beleid voeren toen de kosten van de WVG tegen bleken te vallen. Steeds gretiger werden maatregelen als collectief vervoer, eigen bijdragen en verhuisprimaat omarmd om de kosten maar te kunnen beheersen.
Een tweede probleem is de onduidelijkheid van de WVG. Geen concrete ondergrens om aan te geven waar cliënten minimaal recht op hebben. Dit leidde dan ook tot een lawine aan beroepszaken. Waarin de juridisch meestal ongeschoolde zorgvragers het nog al eens aflegden tegen de gespecialiseerde juri-professionals die de Vereniging Nederlandse Gemeenten kon inzetten. Nu zijn via de rechtbank de grenzen van het verstrekkingenbeleid zo ongeveer vast komen te staan. Meestal ten nadele van de zorgvrager.
Wat in handiland tenslotte ook als zeer onrechtvaardig wordt ervaren, zijn de vaak grote verschillen die tussen (buur)gemeenten bestaan. Elke gemeente voert immers, in het kader van de decentralisatie, haar eigen verstrekkingenbeleid.

Na de drie evaluatieronden, die naar aanleiding van de vele klachten over de WVG in de Tweede Kamer zijn gehouden,was het beeld wel duidelijk. Grote groepen gebruikers bleken redelijk tot zeer tevreden met de wet. Met name de ouderen, die voorheen moeite hadden om voorzieningen verstrekt te krijgen. Een veel kleinere groep van mensen, met complexe zorgvragen, dreigde echter onder te sneeuwen. Zoals niet zelfredzame gehandicapten of gezinnen met één of meer gehandicapte kinderen. Dankzij hun dure WVG-voorzieningen houden zij hun leven draaiend. Zonder in de (nog kostbaardere) intramurale voorzieningen te vervallen.
Dus moest er na de derde evaluatie wat gebeuren. Er kwam een heus polderconvenant tot stand tussen alle betrokken partijen. Het "Protocol WVG" was geboren.
Het zou ook weer een spoedige dood sterven. De overheid wilde geen wettelijke verankering met individueel afdwingbare rechten. De Vereniging Nederlandse Gemeenten zag de financiële bui al hangen, en de CG-Raad stond na de uitspraak van de hoogste rechter over de juridische status van het Protocol met lege handen. De overheid bleek niet bereid, middels een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB), het Protocol alsnog tanden te geven. In plaats daarvan kwamen de WMO plannen. Einde Protocol.

De nieuwe WMO past in het huidige decentralisatiebeleid. "Meedoen met minder regels", luidt het devies.
Lokaal beleid biedt zeker voordelen. Beslissingen worden dichter bij huis genomen en kunnen beter maatwerk zijn. De nu al zo verafschuwde rechtsongelijkheid tussen gemeenten zal toenemen. Waar jarenlang de fusiegolf over bedrijven, scholen en ziekenhuizen sloeg "om beter te profiteren van de synergievoordelen binnen grote organisaties", worden straks belangrijke besluiten over nieuwe beleidsgebieden binnen de WMO juist door kleinere organen (de gemeenten) genomen. Er kan niet verwacht worden dat deze alle benodigde expertise hiervoor altijd in huis zullen hebben. Wat dat gaat inhouden voor complexe hulpvragen, laat zich raden....
Nog meer dan nu zullen gemeenten uit een oogpunt van kostenbeheersing kiezen voor collectieve voorzieningen. Dat staat niet alleen op gespannen voet met de individuele keuzevrijheid en het veronderstelde "maatwerk" binnen de WMO. Die juist voor de kwetsbare groep van mensen met een intensieve, individuele zorgvraag zo belangrijk is.
Het belangrijkste probleem van de WMO ten opzichte van de huidige regelgeving, is dat het recht op individuele aanspraken vervalt. Ook zijn er geen verzekerde AWBZ-rechten meer. In plaats daarvan komt er een, veel minder grijpbare, algemeen beleidsmatige toets van de gemeentelijke zorgprestaties. En misschien een rudimentaire zorgplicht voor individuele verstrekkingen.
Het recht op voorzieningen wordt niet meer landelijk, maar plaatselijk vastgesteld. Landelijke belangenorganisaties zullen moeten worden vervangen door platforms die dit recht op gemeentelijk niveau bevechten. Verdeel en heers...

WVG-procedure.
In beroep gaan.
Fondsen.
Belasting.
WVG-Commentaar.
Wetteksten.
Knelpunten.
Jurisprudentie.
Sitemap
(Terug)
Contact




logo adres top


Please change "fontsize" in your browser if page looks corrupted.
Site design and copyright by Ir Grootveld / Havensoft.