logo woningaanpassing info en advies home
Het Stappenplan Het Pve Het Voorbeeld Het Advies De Regels De Rest
home


Wetteksten.
Home.
(Terug)
Sitemap.
Contact.

adverteren


Bestel de infomap !

alle info van deze site
overzichtelijk met
de laatste aanvullingen.

WVG Modelverordening
Voorzieningen Gehandicapten.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG).

De meeste gemeentelijke WVG verordeningen zijn gebaseerd op onderstaande tekst van de VNG modelverordening.

De raad van de gemeente ..., gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van ... (datum); gelet op artikel 2 van de Wet voorzieningen gehandicapten, Stb. 1993, nr.545 en gelet op artikel 149 van de Gemeentewet, Stb. 1993, 610; overwegende dat het noodzakelijk is het verstrekken van voorzieningen aan gehandicapten bij verordening te regelen; besluit vast te stellen de volgende Verordening voorzieningen gehandicapten:

INHOUDSOPGAVE

AFDELING 1 ALGEMEEN

HOOFDSTUK 1 Algemene bepalingen

Artikel 1.1 Begripsbepalingen

NB. In de tekst van de model-verordening worden op verschillende plaatsen alternatieve benaderingswijzen gegeven. Dit betekent dat de gemeente bij het opstellen van de verordening voorzieningen gehandicapten een keuze tussen de in dit model geboden opties moet maken en de tekst op deze plaatsen niet onverkort kan overnemen. Deze opties zijn als volgt gemarkeerd:
≠ artikelen waarbij ťťn asterix (*) is geplaatst zijn facultatief;
≠ artikelen waarbij twee asterixen (**) zijn geplaatst, bieden mogelijkheden waaruit u een keuze moet maken; u kunt in ieder geval niet beide alternatieven opnemen.
In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a Voorziening: een woonvoorziening, een vervoersvoorziening of een rolstoel.
  • b Inkomen:
    • 1 het bruto-inkomen, inclusief de overhevelingstoeslag, van de gehandicapte indien de gehandicapte 18 jaar of ouder is en geen echtgenoot heeft in de zin van artikel 1, lid 2 t/m 4 WVG;
    • 2 het gezamenlijk bruto-inkomen, inclusief de overhevelingstoeslag, van de ouders of pleegouders van de gehandicapte indien de gehandicapte jonger is dan 18 jaar en geen echtgenoot heeft in de zin van artikel 1 lid 2 t/m 4 WVG;
    • 3 het gezamenlijk bruto-inkomen, inclusief de overhevelingstoeslag, van de gehandicapte en zijn echtgenoot indien de gehandicapte een echtgenoot heeft in de zin van artikel 1, lid 2 t/m4 WVG; verminderd met de over het bruto-inkomen verschuldigde belasting, sociale verzekeringspremies en pensioenpremies, met uitzondering van de procentuele premie voor de verplichte ziekenfondsverzekering.

  • c (Vervallen.)
  • d Woonwagen: een wagen als bedoeld in artikel 1 van de Woonwagenwet (Stb. 1968, 98).
  • e Standplaats: een standplaats op een centrum als bedoeld in artikel 2 van de Woonwagenwet (Stb.1968, 98) of een standplaats als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel H van de Woningwet (Stb. 1991, 439).
  • f Woonschip: een vaartuig als bedoeld in artikel 1 van de Wet op woonwagens en woonschepen.
  • g Ligplaats: een door de gemeente aangewezen ligplaats welke door een woonschip wordt ingenomen.
  • h Hoofdverblijf: de woonruimte waar de gehandicapte zijn vaste woon- en verblijfplaats heeft en in de gemeentelijke basisadministratie staat ingeschreven dan wel zal staan ingeschreven, dan wel het feitelijk woonadres indien de gehandicapte met een briefadres is, dan wel zal staan ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie.
  • i Gemeenschappelijke ruimte: gedeelte(n) van een woongebouw, niet behorende tot de onderscheiden woningen, bestemd en noodzakelijk om de woning van de gehandicapte vanaf de toegang tot de woning te bereiken (dit kan uitgebreid worden met: en ruimten die onder het gehuurde vallen en/of waarvan de gehandicapte gebruik moet kunnen maken).
  • k Woningaanpassing: ingreep van bouw- of woontechnische aard die gericht is op het opheffen of verminderen van ergonomische beperkingen die een gehandicapte ondervindt bij het normale gebruik van zijn woonruimte.
  • l Wet: de Wet voorzieningen gehandicapten.
  • m FinanciŽle tegemoetkoming: een tegemoetkoming in de kosten van een voorziening welke kan worden afgestemd op het inkomen van de gehandicapte.
  • n Forfaitaire vergoeding: een bijdrage ineens die los van het inkomen en los van de werkelijke kosten van een voorziening wordt verstrekt, al dan niet met inachtneming van de inkomensgrens.
  • o Gemaximeerde vergoeding: een vergoeding in de kosten van een voorziening die tot een vastgesteld maximum wordt verstrekt, al dan niet met in achtneming van de inkomensgrens.
  • p Eigen bijdrage: een door het college van burgemeester en wethouders vast te stellen bijdrage, die bij de verstrekking van een voorziening in natura betaald moet worden en op welk bedrag de bepalingen van de Regeling inzake financiŽle tegemoetkomingen en eigen bijdragen WVG van toepassing zijn.
  • q Voorziening in natura: een voorziening die in eigendom, in bruikleen of in huur wordt verstrekt.
  • r Normbedrag: een forfaitaire of gemaximeerde vergoeding.

Artike1 1.2 Beperkingen

  • 1 Een voorziening kan slechts worden toegekend voor zover:
    • a deze in overwegende mate op het individu is gericht;
    • b deze langdurig noodzakelijk is om diens beperkingen op het gebied van het wonen of zich binnen of buiten de woning verplaatsen op te heffen of te verminderen;
    • c deze, naar objectieve maatstaven gemeten, als de goedkoopst adequate voorziening kan worden aangemerkt.
  • 2 In afwijking op hetgeen in het eerste lid onder a is gesteld, kan een voorziening worden verstrekt in de vorm van het gebruik van een collectief vervoersysteem als bedoeld in artikel 3.1 onder a.
  • 3 Geen voorziening wordt toegekend:
    • a indien de voorziening voor een persoon als de aanvrager algemeen gebruikelijk is;
    • b voor zover op grond van enige andere wettelijke regeling aanspraak op de voorziening bestaat;
    • c voor zover de ondervonden ergonomische beperkingen in de woning voortvloeien uit de aard van de in de woning gebruikte materialen

Artikel 1.3 FinanciŽle tegemoetkomingen en eigen bijdragen

  • 1 Burgemeester en wethouders stellen de hoogte van de financiŽle tegemoetkomingen voor woonvoorzieningen, vervoersvoorzieningen en rolstoelen vast overeenkomstig het bepaalde in het Besluit financiŽle tegemoetkomingen voorzieningen gehandicapten.
  • 2 Burgemeester en wethouders stellen de hoogte van de eigen bijdrage voor voorzieningen in natura vast volgens het bepaalde in het Besluit financiŽle tegemoetkomingen voorzieningen gehandicapten.

HOOFDSTUK 2 Woonvoorzieningen

Paragraaf l Algemene omschrijving

Artikel 2.1 Type woonvoorzieningen

De door burgemeester en wethouders te verstrekken woonvoorziening kan bestaan uit een financiŽle tegemoetkoming in de kosten van:

  • 1
    • a verhuizing en inrichting;
    • b woningaanpassing;
    • c woonvoorzieningen van niet-bouwkundige of woontechnische aard; (De volgende onderdelen kunnen facultatief in de verordening worden opgenomen; de punten f en g hebben vooral een functie naar verhuurders van woningen om hun medewerking te verkrijgen.)
    • *d onderhoud, keuring en reparatie;
    • *e tijdelijke huisvesting;
    • *f huurderving;
    • *g verwijderen van voorzieningen.
  • *2
    • Burgemeester en wethouders kunnen de in het eerste lid onder c genoemde voorziening ook als voorziening in natura verstrekken.

Artikel 2.2 Gereedmelding, vaststelling en uitbetaling financiŽle tegemoetkoming

  • 1
    • a Na de voltooiing van de werkzaamheden in het kader van een voorziening als bedoeld in artikel 2.1, onder b, maar uiterlijk binnen ... jaar/maanden na het verlenen van de financiŽle tegemoetkoming, verklaart de woningeigenaar aan burgemeester en wethouders dat de bedoelde werkzaamheden zijn voltooid.
    • b De gereedmelding als bedoeld onder a gaat vergezeld van een verklaring dat bij het treffen van de voorzieningen is voldaan aan de voorwaarden waaronder de financiŽle tegemoetkoming is verleend.
  • 2
    • De gereedmelding is tevens een verzoek om vaststelling en uitbetaling van de financiŽle tegemoetkoming.
  • 3
    • a De tegemoetkoming in de kosten genoemd in artikel 2.1, onder b, d, f, en g wordt uitbetaald aan de eigenaar van de woonruimte.
    • b Degene aan wie de financiŽle tegemoetkoming in de kosten genoemd in artikel 2.1, onder b wordt uitbetaald, dient gedurende een periode van ... jaar alle rekeningen en betalingsbewijzen met betrekking tot de werkzaamheden ter controle beschikbaar te houden.
  • 4 De tegemoetkoming in de kosten genoemd in artikel 2.1, onder a, c en e worden uitbetaald aan de hoofdbewoner van de woonruimte.
Indien in artikel 2.1 lid 1 en 2 zijn opgenomen luidt de tekst in artikel 2.2: lid 1: ... genoemd in artikel 2.1, lid 1, onder b, d, f en g wordt uitbetaald aan ... lid 2: ... genoemd in artikel 2.1, lid 1, onder a, c en e worden uitbetaald aan ...

Artikel 2.3 Woon- en verblijfsruimten waarvoor geen woonvoorziening wordt verstrekt

De bepalingen van hoofdstuk 2 zijn niet van toepassing op het treffen van voorzieningen aan hotels/pensions, trekkerswoonwagens, bejaardenoorden, vakantiewoningen, tweede woningen en kamerverhuur.

Paragraaf 2 Het recht op een woonvoorziening

Artikel 2.4 Het primaat van de verhuizing

  • 1 Een gehandicapte kan voor een woonvoorziening als bij artikel 2.1, onder a genoemd in aanmerking worden gebracht, wanneer aantoonbare beperkingen van ergonomische aard, het normale gebruik van de woning belemmeren.
  • 2 Een gehandicapte kan voor een woonvoorziening als bij artikel 2.1 , aanhef en onder b en c genoemd in aanmerking worden gebracht indien de in het eerste lid genoemde voorziening niet te realiseren is of niet de goedkoopst adequate oplossing is.
Indien in artikel 2.1, lid 1 en lid 2 zijn opgenomen, dan luidt de tekst van artikel 2.4, lid 1: Een gehandicapte kan voor een woonvoorziening als bij artikel 2.1 , lid 1 onder a genoemd ... De tekst van artikel 2.4, lid 2, luidt dan: Een gehandicapte kan voor een woonvoorziening als bij artikel 2.1 aanhef en onder lid 1, b en c, ....

Paragraaf 3 Voorwaarden bij verlening van woonvoorzieningen

Artikel 2.5
(Opgenomen in artikel 1.2, lid 3, onder c.)

Artikel 2.6
(Vervallen.), Zie voor de tekst van dit vervallen artikel blz. 111-2-19.

Artikel 2.7 Hoofdverblijf

  • 1 Burgemeester en wethouders verlenen slechts een financiŽle tegemoetkoming in de gemaakte kosten indien de gehandicapte zijn hoofdverblijf heeft of zal hebben in de woonruimte waaraan de voorziening wordt getroffen. (De volgende leden zijn facultatief; op grond van de wet zijn gemeenten niet gehouden om het hieronder genoemde in de verordening op te nemen.)
  • *2 In afwijking van het gestelde in het eerste lid kan een financiŽle tegemoetkoming worden verleend in de kosten van het aanpassen van ťťn woonruimte indien de gehandicapte zijn hoofdverblijf heeft in een AWBZ-inrichting.
  • *3 De aanvraag wordt ingediend in de gemeente waar de aan te passen woning staat.
  • *4 De financiŽle tegemoetkoming bedoeld in het tweede lid wordt verleend onder de voorwaarde, dat de gemeente waar de gehandicapte zijn hoofdverblijf heeft, verklaart dat haar niet bekend is dat ten behoeve van de gehandicapte reeds eerder een woning bezoekbaar is gemaakt.
  • *5 De financiŽle tegemoetkoming betreft slechts een tegemoetkoming in de kosten van het bezoekbaar maken van de in het tweede lid bedoelde woonruimte.
  • *6 (Vervallen; zie toelichting artikel 2.7.)

Artikel 2.8
(Lid a is opgenomen onder artikel 6.3, de overige leden vervallen.)

Artikel 2.9
(Opgenomen in artikel 2.2.)

Artikel 2.10
(Opgenomen in artikel 2.2.)

Artikel 2.11 Frequentie van woningaanpassing

  • 1 De aanvraag voor een woonvoorziening als bedoeld in artikel 2.1, onder b en c wordt geweigerd, indien:
    • a de noodzaak tot het treffen van deze woonvoorziening het gevolg is van een verhuizing waartoe op grond van ergonomische beperkingen geen aanleiding bestond;
    • b ten behoeve van de gehandicapte korter dan ... jaar na het moment van verstrekking een woonvoorziening bij of krachtens de WVG en RGSHG is verstrekt.
  • 2 (Vervallen; zie toelichting artikel 2.1 1.)
Indien in artikel 2.1 lid 1 en 2 zijn opgenomen, luidt de tekst van artikel 2.1 1, lid 1:
1 De aanvraag voor een woonvoorziening als bedoeld in artikel 2.1, lid 1, onder b en c wordt geweigerd ...

Artikel 2.12 Duidelijkheid over financiering van niet-gesubsidieerde deel van de kosten
Burgemeester en wethouders verlenen slechts een financiŽle tegemoetkoming in de kosten als bedoeld in artikel 2.1, onder b en c indien in de financiering van het niet door subsidie gedekte deel van de voorziening is voorzien.
Indien in artikel 2.1 lid 1 en 2 zijn opgenomen, luidt de tekst: ... als bedoeld in artikel 2.1, lid 1, onder b en c.

Paragraaf 4 Beperking in de verlening van woonvoorzieningen

Artikel 2.13 Het verwerven van grond
Voor zover het treffen van voorzieningen, als bedoeld in artikel 2.1, onder b betreft het uitbreiden van bestaande woningen, dan wel het groter bouwen van een nieuw te bouwen woning dan zonder de voorzieningen nodig zou zijn, kunnen burgemeester en wethouders een bijdrage verlenen voor de extra te verwerven grond die ten hoogste overeenkomt met de bijdrage voor het aantal vierkante meters per vertrek en een gedeelte van de buitenruimte bij de woning, zoals vermeld in bijlage 1.
Indien in artikel 2.1 lid 1 en 2 zijn opgenomen, luidt de tekst: ... als bedoeld in artikel 2.1, lid 1, onder b en c.

Artikel 2.14 Woningaanpassingen van gemeenschappelijke ruimten
Burgemeester en wethouders kunnen een financiŽle tegemoetkoming verlenen voor het treffen van voorzieningen aan een gemeenschappelijke ruimte.
(a tot en met f vervallen; zie toelichting artikel 2.14.)

* Paragraaf 5 Aanpassingen van woonwagens, woonschepen en binnenschepen

(Deze paragraaf is facultatief.)
* Artikel 2.15
Burgemeester en wethouders verlenen slechts een financiŽle tegemoetkoming in de aanpassingskosten van een woonwagen indien:

  • a de technische levensduur van de woonwagen nog minimaal vijf jaar is;
  • b de standplaats niet binnen vijf jaar voor opheffing in aanmerking komt;
  • c de woonwagen ten tijde van de indiening van de aanvraag voor een woonvoorziening bij de gemeente op de standplaats stond; en
  • d de hoofdbewoner van een woonwagen in het bezit is van een bewoningsvergunning als bedoeld in de Woonwagenwet.

* Artikel 2.16
Burgemeester en wethouders verlenen slechts een financiŽle tegemoetkoming in de aanpassingskosten van een woonschip indien:

  • a de technische levensduur van het woonschip nog minimaal vijf jaar is;
  • b het woonschip nog minimaal vijf jaar op de ligplaats mag blijven liggen.

* Artikel 2.17
Indien de technische levensduur van de woonwagen of het woonschip minder dan vijf jaar is, of de standplaats van de woonwagen binnen vijf jaar voor opheffing in aanmer- king komt, of het woonschip niet ten minste nog vijf jaar op de ligplaats mag liggen, bedragen de maximale aanpassingskosten f 2.000,-.

* Artikel 2.18
Burgemeester en wethouders verlenen slechts een financiŽle tegemoetkoming in de aanpassingskosten van een binnenschip, indien de aanpassing betrekking heeft op het voor de schipper, de bemanning en hun gezinsleden bestemde gedeelte van het verblijf als bedoeld in artikel 1, tweede lid, onderdeel V, van het Binnenschepenbesluit (Stb. 1987, 466), van een binnenschip, dat:

  • a in het register, bedoeld in artikel 783 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek als zodanig te boek is gesteld op de wijze omschreven in de maatregel te boek gestelde schepen 1992; en
  • b bedrijfsmatig wordt gebruikt, hetzij voor het vervoer van goederen, daarbij blijkens de meetbrief bedoeld in het metingsbesluit binnenvaartuigen 1978 een laadvermogen van ten minste 15 ton hebbend, of voor het vervoer van meer dan 12 personen buiten de in de aanhef bedoelde.

Paragraaf 6 Verhuis- en (her)inrichtingskosten
Artikel 2.19

  • 1 Burgemeester en wethouders kunnen een financiŽle tegemoetkoming in de verhuis- en inrichtingskosten als bedoeld in artikel 2.1 onder a verstrekken aan:
    • a de gehandicapte;
    • b een persoon, die op verzoek van de gemeente, ten behoeve van een gehandicapte de woonruimte heeft ontruimd.
  • 2 Burgemeester en wethouders verlenen slechts een financiŽle tegemoetkoming indien :
    • a (vervallen; zie toelichting artikel 6.3);
    • b de gehandicapte niet voor het eerst zelfstandig gaat wonen;
    • c de gehandicapte verhuist vanuit en naar een woonruimte die geschikt is om het hele jaar door bewoond te worden;
    • d de gehandicapte niet verhuist naar een AWBZ-inrichting of een bejaardenoord;
    • e in de te verlaten woonruimte ergonomische beperkingen zijn ondervonden, tenzij het een verhuizing naar een ADL-woning betreft.
  • 3 (Vervallen; opgenomen in modelbesluit.)
Indien in artikel 2.1 lid 1 en 2 zijn opgenomen, luidt de tekst van artikel 2.19, lid 1:
... inrichtingskosten als bedoeld in artikel 2.1, lid 1, onder a.

* Paragraaf 7 Facultatieve woonvoorzieningen
* Artikel 2.20 Kosten in verband met onderhoud, keuring en reparatie
(opnemen als ook artikel 2.1 onder d is opgenomen)

  • 1 Burgemeester en wethouders verlenen slechts een financiŽle tegemoetkoming in de kosten van onderhoud, keuring en reparatie als bedoeld in artikel 2.1 onder d indien:
    • a de woonvoorziening in het kader van deze verordening dan wel de Regeling geldelijke steun huisvesting gehandicapten is verleend;
    • b de woonvoorziening voorkomt op de in bijlage II genoemde voorzieningen;
    • c de gehandicapte ten tijde van het onderhoud, de keuring of reparatie de woonruimte als hoofdverblijf bewoont.
  • 2 (Vervallen; opgenomen in modelbesluit.) Indien in artikel 2.1 lid 1 en 2 zijn opgenomen, luidt de tekst van artikel 2.20, lid 1:
    ... reparatie als bedoeld in artikel 2.1, lid 1, onder d.

    * Artikel 2.21 Kosten in verband met tijdelijke huisvesting
    (opnemen als ook artikel 2.1 onder e is opgenomen)

    • 1 Burgemeester en wethouders kunnen een financiŽle tegemoetkoming in de kosten van tijdelijke huisvesting verlenen die door de gehandicapte moeten worden gemaakt in verband met het aanpassen van:
      • a zijn huidige woonruimte;
      • b de door de gehandicapte nog te betrekken woonruimte;
      • c de financiŽle tegemoetkoming als bedoeld onder a en b wordt verleend uitsluitend voor de periode, dat de aan te passen woonruimte ten gevolge van het realiseren van de woningaanpassing niet bewoond kan worden en de gehandicapte als gevolg daarvan voor dubbele woonlasten komt te staan.
    • 2 (Vervallen; zie toelichting artikel 2.21.)
    • 3 Keuzemogelijkheden:
      ** Alternatief 1 :
      de maximale termijn waarvoor burgemeester en wethouders een financiŽle vergoeding in de kosten van tijdelijke huisvesting, als bedoeld in het eerste lid, verlenen bedraagt zes maanden.
      Of:
      * * Alternatief 2:
      burgemeester en wethouders verlenen maximaal zes maanden een financiŽle tegemoetkoming in de kosten van tijdelijke huisvesting als bedoeld in het eerste lid.
    • 4 (Vervallen; zie toelichting artikel 2.21.)
    • 5 (Vervallen; opgenomen in modelbesluit.)

    * Artikel 2.22 Huurderving
    (opnemen als ook artikel 2.1 onder f is opgenomen)

    • 1 In geval van huurbeŽindiging van een aangepaste woonruimte, die voor meer dan f ... is aangepast, kunnen burgemeester en wethouders een financiŽle tegemoetkoming verlenen aan de eigenaar van de woning in verband met derving van huurinkomsten voor de duur van maximaal 6 maanden, waarbij de eerste maand huurderving niet voor een financiŽle tegemoetkoming in aanmerking komt.
    • 2 (Vervallen; opgenomen in modelbesluit.)

    * Artikel 2.23 Kosten in verband met het verwijderen van voorzieningen
    (opnemen als ook artikel 2.1 onder g is opgenomen)
    Burgemeester en wethouders verlenen slechts een financiŽle tegemoetkoming in de kosten van het verwijderen van voorzieningen als bedoeld in artikel 2.1 onder g indien:

    • a de woning langer dan ... maanden leeg staat tenzij
    • b bekend is dat binnen een periode van ... maanden na het verstrijken van de termijn genoemd onder a een gehandicapte in aanmerking voor de woning zal komen en
    • c de aanpassingen zo specifiek zijn dat het door de aanwezigheid van de voorzieningen niet mogelijk is om de woning aan een niet-gehandicapte te verhuren.
    Indien in artikel 2.1 lid 1 en 2 zijn opgenomen, luidt de tekst: ... voorzieningen als bedoeld in artikel 2.1, lid 1, onder g.

    * Paragraaf 8 Anti-speculatie
    (Deze paragraaf is facultatief.)

    * Artikel 2.24 Anti-speculatiebeding

    • 1 De eigenaar-bewoner, die krachtens deze verordening een financiŽle tegemoetkoming in de kosten van het treffen van een woonvoorziening heeft ontvangen en die binnen een periode van vijf jaar na de datum van gereedmelding van de werkzaamheden de woning verkoopt, is gehouden om binnen een week na het passeren van de akte burgemeester en wethouders hiervan schriftelijk op de hoogte te stellen. De meerwaarde die door het treffen van de voorziening is ontstaan, dient gedeeltelijk aan de gemeente te worden teruggestort.
    • 2 De restitutie als bedoeld in het eerste lid bedraagt:
      voor het eerste jaar 100% van de meerwaarde,
      voor het tweede jaar 80% van de meerwaarde,
      voor het derde jaar 60% van de meerwaarde,
      voor het vierde jaar 40% van de meerwaarde en
      voor het vijfde jaar 20% van de meerwaarde,
    in alle gevallen minus het percentage dat voor rekening van de eigenaar van de woonruimte is gekomen.

    HOOFDSTUK 3 Vervoersvoorzieningen

    Artikel 3.1 Algemene omschrijving
    De door burgemeester en wethouders te verstrekken vervoersvoorziening kan bestaan uit:

    • a een collectief systeem van aanvullend al dan niet openbaar vervoer;
    • b een voorziening in natura in de vorm van:
      • 1 een al dan niet aangepaste bruikleenauto;
      • 2 een al dan niet aangepaste gesloten buitenwagen;
      • 3 een open elektrische buitenwagen;
      • 4 een ander verplaatsingsmiddel;
    • c een tegemoetkoming of een vergoeding in de kosten van:
      • 1 aanpassing van een eigen auto;
      • 2 gebruik van een bruikleenauto;
      • 3 gebruik van een taxi of een eigen auto;
      • 4 gebruik van een rolstoeltaxi;
      • 5 aanschaf of gebruik van een ander verplaatsingsmiddel.

    Artikel 3.2 Het recht op een vervoersvoorziening

    • 1 Een gehandicapte kan voor een vervoersvoorziening als in artikel 3.1 onder a vermeld in aanmerking worden gebracht, wanneer aantoonbare beperkingen als gevolg van ziekte of gebrek
      • a het gebruik van het openbaar vervoer of
      • b het bereiken van dit openbaar vervoer onmogelijk maken.
    • 2 Een gehandicapte kan voor een vervoersvoorziening als in artikel 3.1 onder b en c vermeld in aanmerking worden gebracht wanneer
      • a aantoonbare beperkingen als gevolg van ziekte of gebrek het gebruik van een collectief systeem als bedoeld in het eerste lid onmogelijk maken, dan wel
      • b een collectief systeem als bedoeld in het eerste lid niet aanwezig is.
    • 3 Voor de bij artikel 3.1 onder b sub 2, 3 en 4 en onder c sub 1 t/m 5 genoemde voorzieningen geldt, in afwijking op het gestelde in het vorige lid onder b, dat zij ook in aanvulling op het gebruik van een collectief vervoersysteem als bedoeld in artikel 3.1 onder a verstrekt kunnen worden.
    • 4 Bij het vaststellen van de hoogte van de vervoerskostenvergoeding, als bedoeld in artikel 3.1 onder c sub 2, 3 en 4 kan rekening worden gehouden met de individuele vervoersbehoefte van de gehandicapte en de mate waarin een collectief vervoersysteem als bedoeld in artikel 3.1 onder a in die vervoersbehoefte kan voorzien.
    • 5 Voor zover de behoeften van echtgenoten niet samenvallen, wordt niet meer dan anderhalf maal een enkele vergoeding toegekend.
    • 6 Indien het inkomen zoals bedoeld onder artikel 1.1 onder b hoger is dan 1,5 x het norminkomen, wordt geen financiŽle tegemoetkoming in de kosten van vervoersvoorzieningen als bedoeld in artikel 3.1 onder c sub 2 t/m 4, dan wel een vervoersvoorziening in natura als bedoeld in artikel 3.1 onder b sub 1 verstrekt.

    Artikel 3.3
    (Vervallen; overgangsregeling niet meer van toepassing.)'

    HOOFDSTUK 4 Rolstoelen

    Artikel 4.1 Algemene omschrijving
    De door burgemeester en wethouders te verstrekken rolstoelvoorziening kan bestaan uit:

    • a een rolstoel voor verplaatsing binnen, dan wel voor verplaatsing binnen en buiten de woonruimte, dan wel een aanpassing daaraan en
    • b een sportrolstoel. (De volgende punten c en d zijn facultatief) Een tegemoetkoming in de kosten van:
    • *c onderhoud, gebruik en reparatie;
    • *d accessoires.

    Artikel 4.2 Het recht op een rolstoel

    • 1 Een gehandicapte kan voor een rolstoel in aanmerking worden gebracht wanneer de aantoonbare beperkingen op grond van ziekte of gebrek dagelijks zittend verplaatsen in en om de woning noodzakelijk maken en hulpmiddelen die verstrekt worden op grond van de Algemene wet bijzondere ziektekosten een onvoldoende oplossing bieden.
    • 2 In tegenstelling tot het gestelde in het eerste lid kan een gehandicapte in aanmerking voor een sportrolstoel worden gebracht indien hij zonder sportrolstoel niet in staat is tot sportbeoefening.

    Artikel 4.3 Bruikleen of eigendom

    • 1 Een rolstoel wordt in bruikleen verstrekt en kan na afloop van de bruikleenperiode op basis van een afgesloten bruikleenovereenkomst in eigendom worden overgedragen.
    • 2 In tegenstelling tot het gestelde in het eerste lid vindt de verstrekking van een sportrolstoel plaats in de vorm van een forfaitaire of gemaximeerde vergoeding waarmee voor een periode van drie jaar een rolstoel aangeschaft en onderhouden kan worden.

    HOOFDSTUK 5 Eigen bijdragen, financiŽle tegemoetkomingen en forfaitaire, dan wel gemaximeerde vergoedingen

    Artikel 5.1 t/m Artikel 5.3
    (Vervallen; opgenomen in modelbesluit.)

    Artikel 5.4
    (Vervallen; opgenomen in artikel 3.2, lid 6.)

    Artikel 5.5
    (Vervallen; opgenomen in modelbesluit.)

    AFDELING II PROCEDURES

    HOOFDSTUK 6 Het verkrijgen van een voorziening

    Artikel 6.1 Aanvraagprocedure
    Een aanvraag voor een voorziening dient te worden ingediend door middel van een door burgemeester en wethouders beschikbaar gesteld formulier.

    Artikel 6.2
    (Vervallen; opgenomen in artikel 7.1, lid 3.)

    Artikel 6.3 Gronden voor weigering
    Burgemeester en wethouders kunnen de gevraagde voorzieningen in ieder geval weigeren:

    • a voor zover de aanvraag een financiŽle tegemoetkoming betreft in kosten die de aanvrager voor de aanvraagdatum heeft gemaakt;
    • b indien een middel als waarop de aanvraag betrekking heeft reeds eerder krachtens deze verordening is vergoed of verstrekt en de normale afschrijvingsduur voor dat middel nog niet is verstreken, tenzij het eerder vergoede of verstrekte middel geheel of gedeeltelijk verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de aanvrager zijn toe te rekenen.

    Artikel 6.4 Bijzondere bepalingen

    • 1 Indien een financiŽle tegemoetkoming wordt verleend, wordt in de beschikking vermeld op welke kosten de tegemoetkoming betrekking heeft.
    • 2 Indien een periodieke tegemoetkoming wordt verleend, wordt in de beschikking tevens vermeld: de geldingsduur, de uitkeringsmaatstaf, alsmede de voorschriften waaraan de rechthebbende dient te voldoen alvorens tot uitbetaling van de tegemoetkoming kan worden overgegaan.

    HOOFDSTUK 7 Verplichtingen en bevoegdheden van rechthebbende en het college van burgemeester en wethouders

    Artikel 7.1 Inlichtingen, onderzoek, advies

    • 1 Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om, voor zover dat van belang kan zijn voor de beoordeling van het recht op een voorziening, degene door wie een aanvraag is ingediend:
      • a op te roepen in persoon te verschijnen op een door burgemeester en wethouders te bepalen plaats en tijdstip en hem te ondervragen;
      • b op een door burgemeester en wethouders te bepalen plaats en tijdstip door een of meer daartoe aangewezen deskundigen te doen ondervragen en/of onderzoeken.
    • 2 Burgemeester en wethouders vragen een daartoe door hen aangewezen adviesinstantie om advies indien:
      • a het handelt om een aanvraag die een gehandicapte betreft die nog niet eerder een aanvraag heeft ingediend in het kader van deze regeling en de voorziening naar verwachting een bedrag van f ... te boven zal gaan;
      • b de aanvraag betrekking heeft op ten minste twee van de drie terreinen woonvoorzieningen, vervoersvoorzieningen of rolstoelen;
      • c burgemeester en wethouders dat overigens gewenst vinden.
    • 3 De adviseur dient te beschikken over kennis op de volgende gebieden:
      • a medische kennis op het niveau van een arts;
      • b sociale kennis;
      • c ergonomische kennis en
      • d technische kennis.
    • 4 Bij een volgende aanvraag voor een voorziening hebben burgemeester en wethouders de bevoegdheid aan te geven, dat opnieuw advies dient te worden uitgebracht.
    • 5 Een gehandicapte is verplicht aan burgemeester en wethouders of de door hen aangewezen adviesinstantie die gegevens te (doen) verschaffen die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van de aanvraag.

    Artikel 7.2 Wijzigingen in de situatie
    Degene aan wie krachtens deze verordening een voorziening is verstrekt, is verplicht aan burgemeester en wethouders mededeling te doen van feiten en omstandigheden, waarvan redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze van invloed kunnen zijn op het recht op een voorziening.

    Artikel 7.3 Intrekking van een besluit tot verlening van een voorziening

    • 1 Burgemeester en wethouders kunnen een beschikking genomen op grond van deze verordening geheel of gedeeltelijk intrekken indien:
      • a niet is voldaan aan de voorwaarden gesteld bij of krachtens deze verordening;
      • b op grond van gegevens beschikt is en gebleken is dat de gegevens zodanig onjuist waren dat, waren de juiste gegevens bekend geweest, een andere beslissing zou zijn genomen.
    • 2 Een besluit tot verlening van een financiŽle tegemoetkoming, dan wel een gemaximeerde vergoeding, kan worden ingetrokken indien blijkt dat de tegemoetkoming of vergoeding binnen zes maanden na de uitbetaling niet is aangewend voor de bekostiging van het middel waarvoor deze was verleend.

    AFDELING III SLOT

    HOOFDSTUK 8 Slotbepalingen

    Artikel 8.1 Afwijken van bepalingen/hardheidsclausule

    • 1 Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gevallen ten gunste van de gehandicapte of de woningeigenaar afwijken van de bepalingen in deze verordening, indien toepassing van de verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.
    • 2 Voorafgaande aan de toepassing van het eerste lid kunnen burgemeester en wethouders advies vragen.

    Artikel 8.2 Beslissing burgemeester en wethouders in gevallen waarin de verordening niet voorziet
    In gevallen, de uitvoering van deze verordening betreffende, waarin deze verordening niet voorziet, beslissen burgemeester en wethouders.

    Artikel 8.3 Indexering
    Burgemeester en wethouders kunnen jaarlijks per 1 januari de in het kader van deze verordening geldende bedragen verhogen of verlagen conform de ontwikkelingen van de prijsindex volgens het Centraal bureau voor de statistiek.

    Artikel 8.4 Periodieke evaluatie gemeentelijk beleid en bijstelling verordening
    Het door de gemeente gevoerde beleid wordt eenmaal per ... jaar geŽvalueerd; indien deze evaluatie daar aanleiding toe geeft wordt de verordening aangepast. Burgemeester en wethouders zenden hiertoe binnen ..- (termijn) en vervolgens telkens na ... (termijn) na de inwerkingtreding van de verordening aan de gemeenteraad een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de verordening in de praktijk. Artikel 8.5 In afwijking van...

    Artikel 8.6 Citeertitel; inwerkingtreding

    • 1 Deze verordening wordt aangehaald als Verordening voorzieningen gehandicapten gemeente ... (jaartal).
    • 2 Deze verordening treedt in werking met ingang van ... Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente ... op ... (datum).

    De voorzitter,

    De secretaris,

  • logo adres top


    Please change "fontsize" in your browser if page looks corrupted.
    Site design and copyright by Ir Grootveld / Blinksoft.