Het betreft een ouderinitiatief voor 8 jongeren van (toendertijd) 18 tot 23 jaar met verschillende, meervoudige handicaps.
Ir Grootveld ontwierp een principeplan voor de aanpassing van zes bestaande woningen naar acht appartementen met gemeenschappelijke ruimten en een lift. Woonzorg Nederland, corporatie en eigenaar van het pand, liet het verbouwplan verder uitwerken en realiseren. Zorg zou door Filadelfia Zorg worden geleverd, in samenwerking met de ouders. Bijgedragen in de totstandkoming hebben verder oa. de gemeente Spijkenisse (WVG en speciale subsidie), het ministerie van VROM (Woonzorg Stimuleringsregeling), de ouders zelf en diverse sponsors.
Het uitgangspunt.
De ouders wilden hun wooninitiatief van acht kinderen onderbrengen in een pand, dat door Woonzorg Nederland beschikbaar was gesteld. Het pand, een drielaags mini-galerijflatje in een tamelijk verpauperde staat, stond al enige tijd leeg. De initiatiefgroep liep op het gebied van huisvesting tegen meerdere problemen aan:
- Ten eerste was de corporatie vooral bekend met ouderenhuisvesting en beschikte zij over onvoldoende ervaring met kleinschalige particuliere wooninitiatieven als deze.
- In de groep was sprake van zowel lichamelijke als verstandelijke beperkingen in diverse combinaties en gradaties. Zowel bij de corporatie als het wooninitiatief was onvoldoende kennis en inzicht in de specifieke aanpassingen die voor de zorg aan deze mensen nodig zouden zijn. Bovendien was de (toekomstige) zorgbehoefte per bewoner niet precies bekend.
- De wensen van het wooninitiatief met betrekking tot de zorgzwaarte bij het invullen van vrijkomende plaatsen in de toekomst waren niet duidelijk. Voor een kostendekkende exploitatie is de breedte van het toelatingsbeleid van belang. Dwz. de vraag tot welke zorgzwaarte men iemand toelaat ter voorkoming van leegstand. Ofwel: hoe flexibel dient het ontwerp voor het pand op dit punt te zijn?
- Omdat de kosten van de aanpassingen bepalend zijn voor de uiteindelijke huurprijs en daarmee de haalbaarheid van de operatie, wilden de initatiefnemers hier al in een vroeg stadium inzicht in krijgen. Het bleek een probleem tijdig de juiste cijfers boven water te krijgen.
- Probleem was dat het moeilijk was om alle ouders op één lijn te krijgen. De onderhandelingen met externe partijen op gebied van zorg en wonen konden alleen succesvol zijn wanneer met één mond gesproken zou worden.
Op de bovengenoemde punten kon het wooninitiatief ondersteuning door een deskundige goed gebruiken. Soms was de kennis binnen het wooninitiatief rond bepaalde zaken onvoldoende aanwezig. In andere gevallen kon een onafhankelijk buitenstaander onbevooroordeeld zijn oordeel geven over de ideeën van de groep. Dat bood extra zekerheid aan de initiatiefnemers, die toch al onder een behoorlijke druk stonden. Naast de huisvestingsproblematiek eisten immers ook de onderhandelingen met de zorgaanbieder veel energie van hen.
De advisering.
Binnen de initiatiefgroep circuleerden ideeën over mogelijke aanpassingen. Er was een globaal eisenprogramma maar het ontbrak aan deskundigheid dit naar een goed aanpasplan voor het betreffende pand te vertalen. De eerste gedachte was, dit aan de eigenaar Woonzorg over te laten, die als corporatie immers beschikt over bouwtechnische kennis. Nadeel is dat zij minder ervaring hebben met gespecialiseerde woningaanpassingen. Bovendien beperkt die werkwijze de invloed van de initatiefgroep in het overleg over de plannen.
Daarop besloot de initiatiefgroep om Ir Grootveld in te schakelen als haar adviseur.
Dit bood verschillende voordelen, aansluitend bij de bovengenoemde probleempunten. Het belangrijkste was, dat het wooninitiatief het initiatief in handen kon houden door zelf met voorstellen te komen.
De adviseur stond als architect aan de wieg van het gebouwontwerp. Ook had hij een rol in het overleg met zowel het wooninitiatief als externe partijen. (Woonzorg, Gemeente Spijkenisse, aannemer ed.) Verder was hij betrokken bij het overleg rond het verkrijgen van gemeentelijke subsidies. Door deze ondersteuning is de totstandkoming van het project zeker versneld.
Er werden verschillende indelingsalternatieven ontwikkeld voor de ca. 40 m2 grote appartementen. Rekening houdend met de wensen en het programma van eisen van het wooninitiatief. Dit programma bleek vatbaar voor verschillende interpretaties. De getekende plattegrond alternatieven maakten voor iedereen de consequenties van de eigen wensen duidelijk. Dit versnelde de keuze van de gehele woongroep voor één algemeen bruikbare standaardplattegrond. Bijkomend voordeel was, dat een helder bouwplan beter "verkoopbaar" was naar de corporatie Woonzorg Nederland, de eigenaar van het gebouw.
Het ontwerp.
Ir Grootveld maakte als architect van het wooninitiatief een schetsontwerp voor het gehele gebouw. Inclusief alle gemeenschappelijke ruimten, stalling en de ontsluitingen via trappen, lift en binnengangen. Door in het ontwerp rekening te houden met de bestaande gebouwstructuur, konden de verbouwkosten beperkt worden. Dit door bestaande onderdelen zoveel mogelijk her te gebruiken.

De plattegrond gaat uit van een centrale, rolstoelgeschikte natte cel, direct aan de bestaande leidingschacht. De resterende U-vormige ruimte kan op verschillende manieren worden ingedeeld. Naar wens van de bewoner. Zo ontstaat een prettige ruimte waar deze zich terug kan trekken. Op de begane grond is een gemeenschappelijke woon- en keukenruimte voorzien. Die vormt een centrale ontmoetingsruimte voor de bewoners. Zes van de acht appartementen liggen op de eerste en tweede verdieping, bereikbaar met trap en lift. Op de begane grond liggen twee grotere appartementen, waar extra zorg mogelijk is voor mensen met lichamelijke beperkingen. Als mede een ontvangsthal met rolstoeltoilet en stallingsruimte voor (soms grote) fietsen of scooters. Op de topverdieping is ruimte gecreëerd voor een badkamer, wasruimte en de slaapwacht. In een schacht aan de buitenzijde is een lift toegevoegd, welke meespeelt in de architectuur van het gebouw.
Verder ontwikkelde Ir Grootveld nieuwe gevelaanzichten van het gebouw, om de gevolgen van alle noodzakelijke toevoegingen voor het uiterlijk te laten zien. Zowel het wooninitiatief als de corporatie stemde na overleg in met uitvoering van dit ontwerp. De verdere technische uitwerking en het aanvragen van de vergunningen werden verzorgd door de architect van Woonzorg Nederland. Alle tekeningen van dit bureau werden getoetst door de architect van het wooninitiatief. In een aantal gevallen stelde deze planwijzigingen voor. Hiermee werden de zorgmogelijkheden en toegankelijkheid verbeterd en de bruikbaarheid vergroot.
Prijsvorming en uitvoering.
De eerste, voorlopige kostenraming door de aannemer van Woonzorg bleek tegen te vallen. Het was de vraag of een en ander binnen de grens van de toenmalige huursubsidie te realiseren was. Een absolute voorwaarde voor het slagen van de plannen. Bovendien kostte het nogal wat moeite, inzage in alle onderdelen van deze raming te krijgen.
Vanuit het wooninitiatief was een tweede aannemer benaderd, die een lagere prijs afgaf. Zij het met een aantal niet essentiële bezuinigingen in het bouwplan.
Het lukte na veel overleg (mn. rond de juridische gevolgen ivm. gemaakte afspraken met de oorspronkelijke bouwer) om tot overeenstemming te komen, en de nieuwe aannemer bij het werk te betrekken. Pas geruime tijd na het sluiten van de definitieve samenwerkings overeenkomst kreeg het wooninitiatief een definitief kosten (huur)voorstel voorgelegd.
Dat bovendien opnieuw tegenviel....
Binnen het wooninitiatief was kennis aanwezig op gebied van gebouwinstallaties. Op deze wijze bleek het mogelijk om binnen het sponsorbudget een aantal belangrijke "domotica" voorzieningen in het gebouw op te nemen.
De corporatie stelde een projectleider aan, die samen met de eigen architect en de aannemer van de woongroep de bouw gingen begeleiden. De adviseur van de woongroep werd, tegen hun wens, in dit belangrijke stadium niet verder ingeschakeld. Als compromis mocht deze wel, op kosten van Woonzorg, "als toehoorder" bij de bouwvergaderingen aanwezig zijn. Zo kon hij tijdens de uitvoering nog een belangrijke inbreng hebben op de gebieden kostenbesparing en toegankelijkheid.










