Hieronder vindt u een overzicht uit de notitie die Ir Grootveld heeft opgesteld nav. de knelpunten, die hij in zijn adviespraktijk gedurende de WVG periode tegenkwam. Het volledige rapport is tegen kostprijs met dit formulier te bestellen. Het bedrag à € 13,50 vooraf te voldoen op giro 1303194 tnv. Grootveld te Vierpolders, ovv. "rapport" en uw adresgegevens waar u uw zending wilt ontvangen.
Thuisverzorging van ernstig gehandicapte gezinsleden heeft bij betrokkenen een sterke voorkeur. Dat is niet alleen hun privébelang, maar het biedt ook maatschappelijke voordelen. Naast een beperking van instroom op de wachtlijsten voor intramurale zorg, leidt een grotere zelfredzaamheid (resp. zelfzorg) tot het onafhankelijker functioneren van mensen met een handicap. Verder zijn er een betere integratie in, en minder kosten voor de samenleving. Er wordt immers dure intramurale zorg bespaard. Een betere afstemming met de cliënt bij de verstrekking van woningaanpassingen (en andere hulpmiddelen) is dus een maatschappelijk belang.
De zorgvrager dient tov. de verstrekker in een gelijkwaardiger positie komen te verkeren. Bij complexe woningaanpassingen gaat nog veel energie verloren door een stroeve afstemming tussen verstrekker, zorgvrager en de uitvoerende bouwpartijen. Dat komt oa. omdat elk van de betrokkenen slechts een deel van het proces behandelt. Het probleem vanuit de eigen denkwereld benadert. De enige met volledig overzicht is de cliënt zelf. Deze is echter doorgaans geen professional. Hij mist de voor een effectieve coördinatie noodzakelijke kennis en ervaring...
De meest cruciale keuzen in een WVG-procedure vallen tijdens de indicatiestelling (vaststellen programma van eisen), bepalen oplossingsrichting (vaststellen bouwkundig ontwerp) en kostenbegroting (vaststellen subsidiebudget).
Het zou te overwegen zijn om de rol van cliënten te versterken. Door ze bijvoorbeeld de mogelijkheid te bieden van een tegenexpertise (“second opinion”). Of ze door zelfgekozen deskundigen alternatieven te laten inbrengen. Zo verkrijgt hij de regie over de zaken die voor hem wezenlijk zijn. Het gaat immers om zijn directe leefomgeving. Op deze wijze professionaliseert de zorgvrager en wordt zijn inbreng objectiever.







