U dient formeel altijd zelf uw procedure naar uw gemeente te voeren. Daarbij is het raadzaam om u te laten ondersteunen door een deskundige aan uw zijde. Dat laatste biedt enkele belangrijke voordelen:
Het uitgangspunt is: begin tijdig!! Zeker in geval van een progressieve aandoening, waarbij de beperkingen in de loop van de tijd ernstiger worden. Op tijd beginnen met goede woningaanpassingen regelen, zal naderhand veel ellende voorkomen. Grotere woningaanpassingen zijn niet binnen een paar maanden gerealiseerd. Zeker als er verschil van mening ontstaat over de door uw gemeente voorgestelde oplossing. Bedenk ook dat vergunning procedures lang kunnen duren. Meestal gaat er minimaal ruim een jaar overheen, voordat alles is aangepast.
Na ontvangst van uw aanvraag schakelt de gemeente een adviesdienst in, die bij u thuis komt kijken. Sommige gemeenten doen dit zelf, andere besteden het uit aan externe bureaus. Daarbij worden twee zaken doorgenomen.. Een arts die de medische situatie vast moet stellen en een ergonomisch adviseur, die een oordeel geeft over de ergonomische belemmeringen die u ondervindt. Is uw medische situatie al bekend, bijvoorbeeld omdat u al vaker een beroep heeft gedaan op de WVG of WMO, dan kan dit gedeelte van het onderzoek achterwege blijven. Dossierstudie is dan voldoende.
De adviesdienst schrijft vervolgens een rapport aan de gemeente. In dat rapport staat oa. een programma van eisen, opgesplitst per gebruiksruimte. Er staat dus in wat er volgens hen in huis moet gebeuren, om de ergonomische belemmeringen in uw woning op te heffen. Dit belangrijke rapport vormt de (juridische) basis voor alle stappen die verder worden gezet.
Uw gemeente mag onderzoeken, of uw probleem kan worden opgelost met behulp van een zg. "algemene voorziening". Dit zijn bestaande of nieuw opgezette, laagdrempelige voorzieningen, ten behoeve van alle burgers. Dit mag uitsluitend gaan om voorzieningen die incidenteel en kortdurend worden aangeboden. Denk bijvoorbeeld aan rolstoelpools, boodschappendiensten, maaltijdvoorziening of tijdelijke hulp bij het huishouden.
Wanneer een algemene voorziening geen adequate oplossing biedt, laat de gemeente de adviesdienst meestal onderzoeken of een verhuizing mogelijk is naar een andere, al aangepaste (of beter aanpasbare) woning. Veel gemeenten hanteren dit zg. "primaat van verhuizen", alvorens onderzoek te willen doen naar andere mogelijkheden. Soms is een ander huis inderdaad de beste oplossing, bijvoorbeeld doordat uw huidige woning niet goed aangepast kan worden. Voor de meeste mensen is verhuizen, naast alle andere zorgen die men heeft rondom de handicap, erg ingrijpend.
De adviesdienst moet nagaan, of u aan uw woning gebonden bent, bijvoorbeeld vanwege een bedrijf aan huis. Ook kan er sprake zijn van onmisbare mantelzorg door familie, vrienden of buren die in uw naaste omgeving wonen. In zulke gevallen hoeft u namelijk niet akkoord te gaan met een verhuizing.
Blijkt verhuizen wel de beste oplossing, dan moet u op zoek naar een andere (koop- of huur) woning. Al dan niet met hulp van uw gemeente. Deze woonruimte dient te voldoen aan het programma van eisen. Dan wel veel goedkoper aanpasbaar zijn dan uw huidige woning. Ook moet de woonruimte binnen een redelijke termijn (bv. zes tot negen maanden) beschikbaar zijn. Bovendien mogen uw financiële omstandigheden door de verhuizing niet boven uw draagkracht uitkomen. De gemeente geeft een bijdrage in de verhuiskosten. Dit is meestal een vastgesteld ("forfaitair") bedrag, dat helaas vrijwel nimmer de werkelijke kosten van verhuizing en herinrichting dekt.
Nadat is vastgesteld dat verhuizen niet mogelijk is, kan de gemeente vervolgens (laten) onderzoeken, op welke wijze de woning het best (goedkoopst) aangepast kan worden. In de meeste WMO-verordeningen is, met name voor koopwoningen, als nieuwe mogelijkheid het "primaat van de losse unit" opgenomen. Daarbij moeten eerst de (on)mogelijkheden voor een losse, herbruikbare unit worden onderzocht. Deze kan goedkoper zijn dan een traditioneel gebouwde aanbouw of verbouwing, maar levert in veel gevallen bezwaren op. Zeker wanneer de aanpassingen langdurig noodzakelijk zijn. In het geval van een huurwoning zal een gemeente eerder willen investeren in de hogere kosten van traditionele oplossingen. Zij heeft dan immers meer mogelijkheden om de woning, na aanpassing, opnieuw voor een gehandicapte in te zetten.
De verdere gang van zaken is afhankelijk van de eigendoms situatie van de woning.
- Huurwoningen.
Huurt u de woning, dan moeten de aanpassingen worden aangebracht door de verhuurder. Deze is immers de eigenaar van de woning. De gemeente neemt contact op met uw verhuurder met de vraag, om een offerte uit te brengen voor het realiseren van de aanpassingen. De gemeente stelt vervolgens vast, of de offerte voldoet aan de stelling "goedkoopst adequaat" en aan het programma van eisen. Zonodig schrapt of wijzigt zij begrotingsposten. Vervolgens neemt de gemeente een beslissing en stelt een subsidiebedrag vast.
Verhuurders stellen vaak hogere technische eisen aan aanpassingen aan hun woningbezit dan de WMO zal vergoeden. Het kostenverschil kan de verhuurder weer bij u in rekening brengen, in de vorm van een huurverhoging. Soms wordt deze huurverhoging weer ongedaan gemaakt worden doordat u meer individuele huurtoeslag krijgt.
De netto huurverhoging, dus na aftrek van de extra huurtoeslag, mag echter nooit uw financiële draagkracht te boven gaan. - Koopwoningen.
Bent u zelf eigenaar van de woning, dan zal de gemeente u, evt. na onderzoek naar de (on)mogelijkheden van een losse unit, het programma van eisen toesturen en verzoeken om tenminste twee uitgesplitste ("open") aannemersoffertes. U vraagt deze offertes zelf op en stuurt deze vervolgens naar de gemeente. Die beoordeelt of ze voldoen aan hun uitgangspunt van "goedkoopst adequaat" en aan het programma van eisen. Zonodig schrapt of wijzigt zij begrotingsposten. Vervolgens stelt de gemeente een subsidiebedrag vast. U krijgt daarvan schriftelijk bericht, in de vorm van een "beschikking". In deze beschikking staat, op welk subsidiebedrag u recht heeft. Een deel van de kosten kan voor uw eigen rekening komen, afhankelijk van uw inkomen en het gemeentelijk beleid. Bij hogere inkomens kan de eigen bijdrage zelfs net zo hoog worden als het te verstrekken subsidiebedrag.Hiervoor geldt de volgende regeling.
Een beschikking kan ook afwijzend zijn, bijvoorbeeld omdat de gemeente de kosten te hoog acht en denkt dat er goedkopere mogelijkheden bestaan, zoals verhuizen. Bent u het niet eens met een beschikking, dan moet u binnen zes weken beroep aantekenen, om uw juridische rechten te behouden.
Als eigenaar van de woning, gaat u doorgaans zelf een bouwovereenkomst met de aannemer van uw keuze aan. Deze zal zijn termijnnota's dan ook doorgaans aan u zenden en niet aan uw gemeente. Afhankelijk van de gemeente waar u woont, krijgt u deze kosten direct terug, dan wel achteraf. In het laatste geval verhoogd met de kosten van het vóórfinancieren. Enkele gemeenten houden, ook bij koopwoningen, de prijsvormings- en uitvoeringsfase in eigen hand.
Vergoeding dure woningaanpassingen.
Onder de WVG konden gemeenten de kosten van "dure woningaanpassingen" (boven de € 20.420,-) bij het Rijk declareren. Onder de WMO is deze mogelijkheid vervallen. Het hiermee gemoeide budget is via het Gemeentefonds over alle gemeenten verdeeld. Gemeenten zijn nu vrij om zelf te bepalen welke voorziening men verstrekt tegen welk kostenmaximum. Zolang er tenminste wordt voldaan aan de WMO compensatie-eis.
Bij dure woningaanpassingen geldt voor de eigen bijdrage dezelfde berekening als bij goedkopere. Deze kan daardoor, afhankelijk van uw draagkracht, vele duizenden euro´s bedragen. In bepaalde gevallen kan deze zelfs hoger uitpakken dan het subsidiebedrag.
Persoonsgebonden budget.
Naast de mogelijkheid van een voorziening "in natura", zoals onder de WVG gebruikelijk was, is een gemeente onder de WMO verplicht u de mogelijkheid van een persoonsgebonden budget (PGB) aan te bieden. Dat is een geldbedrag, te besteden aan een voorziening naar eigen keus (mits voldoend aan de gestelde indicatie-eisen). Ter waarde van het bedrag, verminderd met eventuele eigen bijdragen of kostenaandelen, dat zou zijn gemoeid met het realiseren van de door de gemeente vastgestelde, goedkoopst adequate voorziening. U kunt in beroep gaan wanneer het toegekende bedrag hiervoor ontoereikend is.
Onder de mogelijkheid van een PGB vallen ook de grote woningaanpassingen, behalve wanneer het een huurwoning betreft. Dan ligt de zeggenschap over de woning immers bij de eigenaar en niet bij de aanvrager. U heeft met dit PGB de wettelijke mogelijkheid gekregen om, door middel van een aanvullende financiering, uw eigen woonwensen te realiseren.
Eigen bijdragen.
Gemeenten zijn bevoegd zelf te bepalen of er een eigen bijdrage wordt gevraagd voor voorzieningen. Dit kan een éénmalig bedrag zijn of een periodieke bijdrage over een vastgestelde termijn. Er is een maximum gesteld aan de eigen bijdrage, welke gevraagd mag worden voor de WMO-voorzieningen en AWBZ-zorg tezamen.
Voor de berekening van het maximum bedrag zijn er vier mogelijkheden
(bedragen gelden voor 2007):
De gemeenteraad mag voor alle groepen alle bedragen en percentages in gelijke mate wijzigen. Indien het gaat om een bouwkundige aanpassing van een woning die in eigendom is van de aanvrager, kan gedurende maximaal 65 perioden van vier weken een eigen bijdrage in rekening worden gebracht, dan wel éénmalig gedurende maximaal die periode een overeenkomend bedrag in mindering worden gebracht.
Samenvattend kan uw eigen bijdrage, afhankelijk van uw inkomen, vele duizenden euro´s bedragen. In bepaalde gevallen kan deze zelfs hoger uitpakken dan het subsidiebedrag. De inning van zowel de WMO- als de AWBZ-bijdragen wordt niet uitgevoerd door uw gemeente zelf, maar door het Centraal Adminstratiekantoor Bijzondere Zorgkosten (CAK).
De spoedprocedure WVG.
Het kan voor mensen met progressieve aandoeningen van levensbelang zijn dat een aanvraag met spoed behandeld wordt. Denk aan zeer snel verlopende spierziekten zoals ALS en sommige stofwisselingsziekten.
Onder de WVG was door de VNG (Vereniging Nederlandse Gemeenten) en patiëntenorganisaties een protocol ontwikkeld, voor de afhandeling van dergelijke aanvragen. Zeker in de laatste jaren van de WVG was niet iedere uitvoerende ambtenaar van deze regeling op de hoogte.
Er vindt overleg plaats tussen de VNG en patiëntenorganisaties om dit protocol onder de WMO nieuw leven in te blazen. De uitkomst hiervan moet worden afgewacht. Het kan voor u van belang zijn om het oude WVG-protocol onder de aandacht van de betrokken WMO ambtenaar en/of indicatiesteller te brengen.
Let op, dat het hier bedoelde protocol niets te maken heeft met het veel bekendere "Protocol WVG", dat destijds door de politiek is opgesteld, maar inmiddels is achterhaald. In dit laatste protocol waren een aantal zaken rond de WVG duidelijker omschreven, en was een ondergrens voor de gemeentelijke zorgplicht vastgesteld.
Het gaat hier om het protocol, dat is opgenomen in het Handboek Indicatie voor Zorg- en Dienstverlening, - F1/3.1 - F1/3.19, augustus 2000, supplement 2, uitgegeven door de VNG-Uitgeverij. De meeste gemeenten beschikken over deze uitgave. Het protocol is bedoeld om tot een betere en snellere afhandelingsprocedure voor aanvragen van mensen met ernstige progressieve aandoeningen te komen.
Behalve door de VNG wordt het protocol onderschreven door de Vereniging van Indicerende Artsen (VIA), de Revalidatie-Adviescentra (RAC) en de Vereniging Spierziekten Nederland (VSN).
Tips bij uw aanvraag.
Met een door u(w ergotherapeut) opgesteld programma van eisen, een professionele tekening en een (aannemers)begroting dient u uw aanvraag in bij de gemeente. Denk in uw begroting ook aan de kosten van eventuele gemeenteleges, konstrukteur, grond, architekt/tekenaar, sonderingen ed., voor zover die ten behoeve van de woningaanpassing noodzakelijk zijn.
Voorzie uw subsidieaanvraag van zoveel mogelijk aanvullende, relevante informatie. Zo goed mogelijk doordacht en, indien mogelijk, gemaakt door ter zake deskundigen. Denk daarbij aan professionele tekeningen van het bouwplan, een kostenbegroting, adviezen van ergotherapeut of revalidatiecentrum, voor de beperkingen relevante medische toelichtingen van behandelend specialisten, ed. De gemeente laat, na ontvangst van uw dossier, door haar eigen sociaal medisch adviseur(s) een onderzoek instellen, dat resulteert in een adviesrapportage.
Als uw plan voldoende professioneel is onderbouwd, kan de sociaal medisch adviseur dit als leidraad hanteren. Dit komt de snelheid van de procedure ten goede. Veel gegevens worden hem (haar) immers op een presenteerblaadje aangereikt en behoeven alleen nog getoetst te worden aan de gemeentelijke regelgeving.
De gemeente baseert vervolgens haar (positieve of negatieve) subsidie-beschikking op dit uiterst belangrijke indicatie-advies. Vraag daarom altijd de (concept-)inhoud op schrift. Controleer of de belangrijkste onderdelen uit uw eigen programma van eisen er in zijn opgenomen. Het indicatie-advies vormt de basis voor alle verdere stappen in de WMO-procedure.
Ga, indien nodig, in dit belangrijke stadium al de discussie aan met uw gemeente. Probeer tot overeenstemming te komen. Stel dit niet uit! Heeft de gemeente of de indicatie-adviseur al veel werkzaamheden ten behoeve van uw zaak verricht en een standpunt bepaald, dan is dat later moeilijk terug te draaien. Nog moeilijker wordt het, wanneer de zaken ook al zijn vastgelegd in een officiële, gemeentelijke beschikking. Dan rest nog slechts een langdurige weg via de bestuursrechtspraak.
De beperkingen.
De gemeentelijke WMO-verordening is gericht op personen die "ten gevolge van ziekte of gebrek, inclusief chronische psychische en psychosociale problemen, aantoonbare beperkingen ondervinden bij het uitvoeren van activiteiten op het gebied van het voeren van het huishouden, bij het normale gebruik van de woning en bij het verplaatsen in en om de woning." De ziekte of aandoening zal op grond van een medische diagnose moeten worden vastgesteld, en de daaruit voortvloeiende beperkingen worden aangetoond.
Andere, algemene criteria zijn:
- Goedkoopst adequaat
Alleen de goedkoopste voorziening om een beperking te compenseren wordt via de WMO verstrekt. Eigenschappen die een voorziening duurder, maar niet adequater maken, vallen hier buiten. U krijgt dus niet wat u zich zelf voorstelt, maar wat de gemeente noodzakelijk acht. Kosten als gevolg van aanvullende woonwensen, zoals meer oppervlak, betere afwerkingen ed. vallen daar dus buiten. Al kunt u die zonodig wel zelf aanvullend financieren. - Individueel gericht
Een voorziening moet hoofdzakelijk bedoeld zijn voor de persoon met een beperking. Gemeenschappelijke voorzieningen, zoals automatische schuifdeuren voor een centrale hal van een flat bijvoorbeeld, vallen er buiten. - Langdurig noodzakelijk
Beperkingen dienen voor een langere periode (onder de WVG langer dan 6 maanden) nodig zijn. Een voorziening voor kortere tijd, bijvoorbeeld vanwege een ongeluk, wordt via de WMO niet verstrekt. - Geen vergoeding achteraf
Onder de WMO (en vele andere subsidieregelingen) worden nimmer kosten vergoed, welke reeds zijn gemaakt, voordat daarover door uw gemeente een subsidiebesluit is genomen. - Opheffen van beperkingen bij het wonen
De verordening spreekt in principe alleen over het "opheffen van ergonomische belemmeringen in elementaire woonfuncties". Dwz. bij het bewegen, eten, slapen, wassen en verblijven. Mogelijkheden voor hobby, werk ed. vallen daar dus niet onder! Ook met wensen/eisen van de overige gezinsleden resp. medebewoners behoeft in principe géén rekening gehouden te worden. Hoe logisch deze zaken in uw ogen ook mogen samenhangen, de gemeente mag ze uitsluiten.... - Niet algemeen gebruikelijk
De definitie van het begrip "algemeen gebruikelijk" ligt niet vast en wordt nogal eens in het nadeel van de aanvrager uitgelegd. Een thermostaatkraan wordt bijvoorbeeld als "algemeen gebruikelijk" beschouwd en niet verstrekt, omdat deze "gewoon" bij de Gamma te koop is. De kosten voor aanpassingen, die uitsluitend of voornamelijk door mensen met een handicap worden gebruikt, zijn niet algemeen gebruikelijk en in principe subsidiabel. De WMO-Modelverordening heeft het over "voorzieningen, waarover de aanvrager, gezien zijn individuele situatie, ook zonder zijn handicap of beperking, zou kunnen beschikken en:- die in de reguliere handel verkrijgbaar zijn;
- die niet speciaal voor gehandicapten bedoeld zijn;
- die niet aanzienlijk duurder zijn dan vergelijkbare producten met hetzelfde doel."
Let ook op de volgende zaken:
Onderhandelen.
Uw bouwplan zal altijd worden getoetst aan de scherpe grenzen die de verordening stelt. De gemeente of een door haar ingeschakelde adviseur mag schrappen wat buiten die grenzen valt. Dan wel een eigen schetsvoorstel maken. De voorziening dient uitsluitend en alleen om de ergonomische woonbeperkingen van de aanvrager op te heffen, en wel in de "goedkoopst adequate" vorm. Daarbij kunnen uw woonplezier of de gebruiksmogelijkheden van de woning in het gedrang komen. Verlies van tuin, uitzicht, hobbyruimten ed. zijn zeker niet uitgesloten!
Bij het beoordelen van de begroting(en) van uw aannemers geldt dit zelfde uitgangspunt. Dus alleen de goedkoopste uitvoeringen, materialen en detailleringen zijn subsidiabel. Uitgaande van de eisen uit het Bouwbesluit, en die voor de sociale woningbouw. Niet in het indicatie-advies voorkomende voorzieningen kunnen worden geschrapt. Let op dat er in gemeentelijke kostenramingen nogal eens met "maximaal subsidiabele" eenheidsprijzen wordt gewerkt, die (ver) onder de marktprijzen van de meeste aannemers liggen. Nu komt het inderdaad nog wel eens voor, dat er besparingen mogelijk zijn op de (eenheids)-prijzen in een aangeboden offerte. Bijvoorbeeld door alternatieve offertes op te vragen bij goedkopere aannemers. Of door scherper te onderhandelen. De gemeente ondersteunt u echter doorgaans niet bij dergelijke prijsonderhandelingen. U draait dus zelf op voor het kostenrisico!
Uiteraard kunt u proberen met de gemeente te onderhandelen. Doe dit altijd vóórdat er een officiële beschikking verstuurd wordt! U heeft dan nog de gelegenheid tot overleg. Nadat de beschikking verstuurd is, treedt de juridische molen in werking. Dat kost meestal zeer veel tijd en verplaatst de discussie van inhoudelijke naar juridische argumenten.
Soms is aan te tonen dat bepaalde, niet geïndiceerde voorzieningen toch noodzakelijk zijn. Dat de voorgestelde oplossingen niet (voldoende) adequaat zijn in uw situatie, dan wel strijdig zijn met andere (overheids-)eisen, zoals het Bouwbesluit. Of dat de wel geïndiceerde voorzieningen niet voor het toegekende bedrag te realiseren zijn.
Investeer zonodig in deze zeer belangrijke fase in professionele juridische, bouwkundige of ergonomische ondersteuning. Dat kan de kosten en moeite zeker waard zijn!
In beroep gaan.
Niet in alle gemeenten wordt de soep zo heet gegeten als hij hierboven opgediend is. Meestal is in overleg vaak nog erg veel bij te sturen.
Wordt de verordening echter wel strak toegepast, dan is er alleen nog de juridische weg. Via de Gemeentelijke Commissie Bezwaarschriften, de Arrondissementsrechter, en tenslotte de Centrale Raad van Beroep. Waar doet u goed aan?
Bij een juridische toetsing van uw conflict met de gemeente wordt vooral gekeken in hoeverre deze zich aan de geldende regelingen heeft gehouden. Dan wel mogelijk fouten gemaakt heeft. Veel minder wordt gekeken in hoeverre de inhoud van de regeling overeenkomt met uw rechtvaardigheidsgevoel of dat van uw ondersteuners. Heeft de gemeente correct volgens de regelgeving gehandeld, dan wordt uw bezwaar afgewezen. Kunt u aantonen dat de gemeentelijke handelwijze niet strookt met de wettelijke uitgangspunten (die helaas zeer beperkt zijn), dan kan zij worden verplicht het gewraakte besluit te herzien. Dit wil overigens niet altijd zeggen dat u uw voorziening krijgt. De gemeente kan bijvoorbeeld ook een nieuwe, beter onderbouwde, afwijzende beschikking opstellen. Waarmee de rechtsgang zo nodig weer van voren af aan kan beginnen...
Let erop, dat u na ontvangst van een afwijzende beschikking, zo snel mogelijk beroep aantekent! Dit dient, zoals altijd in het stuk vermeld staat, binnen zes weken te gebeuren. Daarna vervalt in principe elk recht dat u heeft op beroep. Heeft u (nog) geen tegenargumenten paraat, stuur dan een "pro forma" bezwaarschrift. In dit (liefst aangetekend verzonden) stuk stelt u beroep in en zegt nadere informatie toe. De Commissie Bezwaarschriften of de rechtbank zullen u in de gelegenheid stellen uw stukken aan te vullen, alvorens zij uw aanvraag als "niet ontvankelijk" ter zijde leggen. Intussen heeft u gelegenheid argumenten te verzamelen. Al dan niet met ondersteuning van uw patiëntenvereniging, adviseur of de Stichting MEE. Ook kunt u altijd besluiten, uw bezwaar bij nader inzien niet verder door te zetten. De gerechtelijke weg vraagt veel tijd en het resultaat blijft ongewis. Tenzij u sterke, wettelijke argumenten weet in te brengen. In Rotterdam ken ik, uit eigen ervaring, doorlooptijden van vier jaar en langer!
Verkenning WVG knelpunten.
Mensen met lichamelijke beperkingen ondervonden onder de "oude" WVG al steeds vaker problemen bij het verkrijgen van allerlei belangrijke voorzieningen. Ir Grootveld komt de ingrijpende gevolgen van de eerder genoemde knelpunten dagelijks tegen in zijn praktijk van het begeleiden van woningaanpassingen. Hoewel de werking van de nieuwe WMO moet worden afgewacht, is het niet waarschijnlijk, dat de situatie sterk verbetert. De meeste knelpunten in onderstaande publicatie blijven dan ook onder het WMO-regime actueel.
Lees een samenvatting van zijn Verkenning WVG knelpunten bij woningaanpassingen. Of bestel de publicatie op gironr. 1412093 tnv. Ir J. Grootveld Vierpolders.







