Van groot belang is de keuze voor het aanpassen van de bestaande woning, dan wel het op zoek gaan naar een alternatief. Er kunnen veel geldige (praktische of emotionele) redenen zijn waarom u graag in uw woning wilt blijven wonen. In de praktijk van Ir Grootveld blijkt verder, dat een woning technisch gezien zelden echt onaanpasbaar is. Vaak blijken er zelfs meerdere manieren mogelijk.
U moet echter altijd eerst goed afwegen, of u er ook verstandig aan doet. Zo kunnen in bepaalde gevallen de kosten enorm oplopen en niet meer tegen de baten opwegen. Voor uw gemeente altijd een belangrijk argument tegen. Houdt u er ook rekening mee, dat het zich op den duur tegen u kan keren, als u kiest voor te beperkte gebruiks- en zorgmogelijkheden. Blijft uw verbouwde woning tenslotte, bij (toekomstige) verkoop, nog courant op de woningmarkt?
Een alternatief voor uw huidige woning kan een beter (lees: goedkoper) aanpasbaar, bestaand pand zijn. Maar ook een woning in een nieuwbouwproject of een vrije bouwkavel waarop u uw eigen wensen kan realiseren zijn goede opties. Als uw gemeente u adviseert te verhuizen en u stemt daarmee in, dan kunnen zij u soms hulp bieden bij het verwerven van bouwgrond of van een koopoptie in een bouwproject. Laat u de gemeente het beoogde huis altijd eerst beoordelen, voor u verplichtingen aangaat!! In veel gemeenten verspeelt u anders uw subsidierechten. Laat zonodig een positief oordeel van de gemeente als ontbindende voorwaarde in uw contract opnemen.
Het maken van een ontwerp.
Als u beschikt over een ergonomisch programma van eisen, en uw eigen wensen op een rijtje hebt, kunt u dit proberen te vertalen naar uw woning. Probeer uzelf alvast in te leven, denk na over de mogelijkheden die uw huis biedt.
Als u een ontwerp door een architect of bouwkundige laat maken, is het verstandig als u zelf al wat van uw ideeën op papier heeft staan. Het geeft niet als dit er niet professioneel uitziet, het gaat om de gedachten erachter. De ontwerper haalt uit dergelijke simpele schetsjes vaak een heleboel nuttige informatie. Naast datgene wat u hem verteld heeft.
Vervolgens maakt hij één of meer voorstellen en bespreekt deze met u. In één of meer rondes verwerkt de ontwerper uw commentaar in een schetsontwerp. Daarbij wordt alvast rekening gehouden met de te verwachten bouwkundige, planologische en financiële mogelijkheden. In deze periode vindt tevens overleg plaats met gemeente en welstandscommissie. Na goedkeuring door deze instanties, al dan niet na wijziging van het bouwplan, is het tijd om het ontwerp uit te werken voor de aanvraag Bouwvergunning..
De ontwerper of architect.
Een architect of bouwkundige beoordeelt de bouwkundige gevolgen van uw wensen in uw woonsituatie. U kunt deze een ontwerp laten maken, waarin rekening is gehouden met de technische en ergonomische mogelijkheden van uw huis. Een goede ontwerper is in staat, meerdere goede oplossingen voor uw situatie te bedenken, elk met zijn eigen voor- en nadelen. U kunt dan een meer weloverwogen keuze maken.
Het is belangrijk dat uw architect in staat is, de vele kennisgebieden (ergonomie, WMO, bouwkunde, regelgeving, thuisverzorging, financiën ed.) die erbij betrokken zijn, te overzien en deze samen te smeden in een goed ontwerp. Het biedt verder voordelen, als uw ontwerper zich goed kan inleven in de emotionele kanten van het leven met een beperking. Als een soort lotgenoot begrijpen wat u bedoelt. Weinig bouwkundigen en architecten beschikken in de praktijk over al deze vaardigheden. Daarvoor komen woningaanpassingen nu eenmaal te weinig voor. Toch is het belangrijk om voor de cruciale ontwerpfase hier voldoende energie in te steken.
De meeste ontwerpers baseren zich op standaard-informatie over handicaps, zoals genoemd in keurmerken of in het veelgebruikte "Handboek Toegankelijkheid" (Reed-Elsevier). In gevallen waarin er weinig zorg nodig is, vindt u(w ontwerper, of de gemeente) daarin nuttige informatie. Wanneer er sprake kan zijn van meer zorg, is het verstandig zich breder te oriënteren. Het Handboek Toegankelijkheid houdt namelijk op bij het niveau van zelfredzaam handrolstoel gebruik. Het houdt geen rekening met het verlenen van (soms intensieve) verzorging. Juist dit aspect is bij kinderen en/of bij ernstige aandoeningen bepalend voor de ruimtebehoefte. Bedenk dat uzelf (als dagelijks gebruiker) of uw ergotherapeut (als deskundige) veel meer van verzorging weten dan de meeste bouwkundigen. Belangrijke zaken worden door hen nogal eens over het hoofd gezien. Dat komt de toekomstige bruikbaarheid meestal niet ten goede.
Houdt u er rekening mee, dat met name een badkamer (of "natte cel") straks dagelijks intensief gebruikt wordt. Als leek kunt U eventuele fouten in het ontwerpstadium vanaf een tekening lang niet altijd goed inschatten. Die ontdekt U later pas in het dagelijks gebruik. Een doordacht ontwerp kan u dergelijke hoofdbrekens besparen. Dat is een goede investering in uw toekomstige leefsituatie. De kosten zijn belasting aftrekbaar en vaak subsidiabel.
Beoordeling van een ontwerp.
Sommige revalidatiecentra beschikken over een zogenaamde "knipkaart". Daarop vindt u op schaal 1:20 tekeningen van de meest voorkomende hulpmiddelen. Schaal 1:20 betekent: 5cm op tekening is 1m in werkelijkheid. Meet ook uw eigen meubilair op, en maak op schaal 1:20 een precies kloppende tekening van de ruimte(n) waar het om gaat. Of u gebruikt de tekening van uw architect. Binnen deze plattegrond kunt u naar hartelust schuiven met de uitgeknipte meubels en hulpmiddelen. Dat werkt heel verhelderend....
Aan de hand van de uitkomsten kunt u het ontwerp bijschaven. Bedenk dat elk ontwerp altijd een compromis is tussen verschillende, vaak tegengestelde, mogelijkheden. Zo kan een lift bijvoorbeeld beneden beter links en boven beter rechts uitkomen. U(w ontwerper) moet in zo'n geval keuzes maken, die zo dicht mogelijk bij uw eigen uitgangspunten blijven. Dat is meestal een behoorlijk ingewikkelde puzzel. De mate waarin een ontwerper daarin slaagt, geeft aan over welke kwaliteiten deze beschikt.
Houdt u er altijd rekening mee, dat tekeningen slechts een schematische weergave zijn van de werkelijkheid. Het vergt vrij veel deskundigheid, om alles wat u ziet op een tekening juist te interpreteren. Als u als leek zomaar gaat "kneden en persen" met maten of muurdikten, geeft dit op een tekening meestal geen problemen.
Maar tijdens de bouw kan in bepaalde gevallen een niet geheel correcte tekening precies het verschil uitmaken, of de door u gekozen oplossing "net wel" of "net niet" zal passen....
Tenslotte.
In uw ideale bouwplan wilt u, naast datgene wat ergonomisch noodzakelijk is, vaak uw eigen woonwensen en die van eventuele andere gezinsleden realiseren. Hoe beter iedereen zich thuis voelt, hoe langer de verzorging van alledag straks is vol te houden. Het is dan ook belangrijk, om beide zaken in één totaalplan integraal mee te nemen.
Er is binnen de WMO-subsidieregeling voor privéwensen in principe geen ruimte aanwezig. De gemeentelijke verordening gaat altijd uit van de meest minimale oplossing. ("goedkoopst adequaat"). Sommige gemeenten onderkennen het belang van een goed leefklimaat, en gaan soepel met deze wensen om. Gemeenten zijn daar vrij in. In de WMO heeft u de mogelijkheid, om een basisbudget (PGB) toegekend te krijgen en daarbij zelf de meerkosten van de gewenste extra’s te dragen. Niet elke gemeente heeft daar al pasklaar beleid voor ontwikkeld.
Laat uw ontwerper dus altijd een integraal totaalplan maken. Vraag hem de verschillen aan te geven met de "WMO-oplossing" die de gemeente voorstaat. U kunt dan met uw gemeente heldere vergelijkingen maken, wat de onderhandelingen over een aanvaardbaar compromis ten goede komt.













